nieuws

Tweede Kamer steunt afschaffing heffing op zware metalen en zouten

Publicatie

3 Okt 2013

Categorie

Utilities

Soort

nieuws

Tags

Directe aanleiding voor de afschaffing voor de heffing op zware metalen en zouten is dat de heffing te hoge inningskosten met zich meebrengt. Bedrijven zijn de laatste jaren namelijk steeds minder zware metalen en zouten gaan lozen. Daardoor zijn de opbrengsten van de heffing teruggelopen terwijl de kosten voor de bedrijven en de overheid voor metingen en controles nagenoeg gelijk bleven. De wijziging van de Waterwet op dit punt heeft tot doel het vereenvoudigen van de verontreinigingsheffing door zware metalen en zouten uit de grondslag van de heffing te halen.

Opvallend is dat, met de afschaffing van de heffing op zware metalen en zouten, het tarief per vervuilingseenheid wordt verhoogd met vijf procent. Dit houdt in dat bedrijven die vooral organische (zuurstofbindende) stoffen lozen meer moeten gaan betalen. De minister van Infrastructuur & Milieu zegt daarover dat dit nodig is om de inkomsten gelijk te houden.

VEMW is van mening dat het simpelweg verhogen van het tarief geen bijdrage levert aan de realisatie van het doel van de wetswijziging, namelijk het vereenvoudigen van de verontreinigingsheffing. Bovendien is de vervuiling van oppervlaktewater door zuurstofbindende stoffen afkomstig van bedrijven anno 2013 teruggebracht tot een niveau dat niet meer als een probleem wordt gezien. Daar komt nog bij dat de overheid via het vergunningeninstrument reeds over een zeer effectief sturingsmiddel beschikt voor het beheersen van industriële puntemissies. In feite is daarmee niet alleen de heffing op zware metalen en zouten, maar de verontreinigingsheffing voor directe lozingen als zodanig overbodig geworden.

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.