nieuws

Kringloopsluiting geen noodzaak maar bewuste keuze

Publicatie

15 Okt 2015

Categorie

Utilities

Soort

nieuws

Tags

Water is misschien wel de meest onderschatte utility in Nederland. Want als wij het al over water hebben, dan is het toch meestal over de strijd tégen het water. Die denkwijze is tegen het zere been van internationale organisaties als de Oeso en de Verenigde Naties. Zo kwam de VN in maart nog in het nieuws nadat ze een rapport publiceerde dat al een watertekort voorzag in 2030. Als landen hun beleid op het gebied van watergebruik niet veranderen, bestaat de reële kans dat er al in 2030 een flink watertekort op aarde is. Het gaat om een tekort van naar schatting veertig procent. ‘Het is eigenlijk raar dat we ons over energie veel meer druk maken dan over water’, zegt Jean-Claude de Maaijer. We zouden in principe jaren zonder olie kunnen, maar geen dag zonder water. En toch waarderen we het maar met mate.’

Het goede nieuws is dat Nederland momenteel nog weinig waterstress kent. Hoewel een droge zomer wel degelijk problemen kan opleveren met de koeling van energiecentrales of chemische fabrieken of bijvoorbeeld met de bevloeiing van gewassen. Dit is echter niets vergeleken met landen in Noord-Afrika, het Midden-Oosten of bijvoorbeeld delen van Amerika en Australië. Nu lijkt dat een ver van mijn bed show, maar veel Nederlandse multinationals zijn actief in deze landen of betrekken grondstoffen uit deze landen. De vraag is in hoeverre die bedrijven hun verantwoordelijkheid willen of kunnen nemen om de keten te dwingen verantwoorde keuzes te maken. Maar ook dichter bij huis kunnen de grote industriële bedrijven hun toeleveringsketen verleiden of verplichten om hun waterverbruik terug te dringen of te verduurzamen. De eerste discussie van het Watervisie Platform van dit jaar gaat over ketenverantwoordelijkheid.

Ketenverantwoordelijkheid

Frank Oesterholt presenteerde onlangs nog de resultaten van een studie naar ketenintegratie. ‘Door waterstromen op elkaar aan te sluiten, te bundelen of waterkringlopen te sluiten neemt de druk op het watersysteem af’, zegt Oesterholt. ‘Onze studie onderzocht onder meer of het in Nederland mogelijk is om dit soort ketenintegratie voor elkaar te krijgen. De uitslag op deze vraag was niet heel verrassend: het is technisch mogelijk om waterkringlopen te sluiten. Maar de vervolgvraag was of het ook economisch haalbaar is. Het antwoord daarop is heel wat complexer, met name omdat je dan te maken krijgt met zowel publieke als private partijen die met elkaar moeten gaan samenwerken. Door verschillen in doelstellingen en verantwoordelijkheden kunnen die partijen elkaar maar moeilijk tegemoetkomen. Daar komt bij dat de investeringen in ketenintegratie een relatief lange terugverdientijd kennen, waardoor met name het bedrijfsleven niet direct enthousiast wordt. Alleen wanneer andere motieven dan economische meespelen, is het zinvol om te investeren in ketenintegratie. Meestal zijn dat motieven in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar er zijn ook strategische motieven om de waterketen te sluiten. Bijvoorbeeld om de voorzieningszekerheid in de toekomst te borgen. Of zo’n project in de praktijk ook slaagt, is vaak weer afhankelijk van mensen. Vaak is er een CEO of duurzaamheidsexpert die zo’n kar trekt en door zijn enthousiasme mensen meeneemt in het traject.’

Reinout Holland snapt de terughoudendheid van bedrijven wel. ‘Er zijn elders namelijk veel grotere stappen te maken. Voor veel bedrijven is het indirecte waterverbruik namelijk veel groter dan de hoeveelheden water die voor de eigen productie nodig zijn. Neem de kledingindustrie. Veel partijen kopen katoen uit gebieden waar veel waterschaarste is. Het is voor hen verstandiger om daar te helpen het verbruik terug te dringen dan dat beetje wat in Nederland wordt gebruikt nog meer terug te dringen. Een aantal multinationals gaat nog verder en kijkt ook verder in de keten, bij de klant, naar het waterverbruik. Unilever stimuleert jongeren bijvoorbeeld om korter te douchen of maakt producten die minder water nodig hebben in de gebruiksfase.’

Strategische keuze

Roy Tummers moet bekennen dat bij het merendeel van zijn achterban de aanvoer van zoetwater tot nog toe geen zwaarwegend issue is. ‘Omwille van leveringszekerheid is het voor de meeste bedrijven nog niet noodzakelijk om extra maatregelen te nemen. Een aantal bedrijven heeft wel voor zichzelf een duidelijke waterpolicy opgesteld en wil de invloed van zijn productie op de omgeving zo veel mogelijk beperken. Zo houdt de voedingsmiddelenindustrie zich aan strikte regels omdat ze vaak dicht op hun klanten zitten en die moeten niet het idee krijgen dat ze met de bedrijven moeten concurreren op het gebied van zoetwater.’

‘Dat is ook precies de reden waarom DOW in Terneuzen ervoor koos om effluent te gebruiken’, zegt Jan Willem Mulder. ‘Zeeland kent wel degelijk waterstress omdat men te maken heeft met verzilting. Als de lokale bevolking dan moet concurreren met een grote chemiereus, is dat niet goed voor de reputatie van DOW. En dus kijkt men naar alternatieven. De toegang tot water staat in het risicolijstje van de board van het chemiebedrijf en dus wil men zekerheden inbouwen. Uiteindelijk gaat het om risicomanagement en daarbij hoort ook de kwaliteit en kwantiteit van proceswater. Veel bedrijven gebruiken oppervlaktewater als basis voor hun proceswater, maar wie garandeert de kwaliteit daarvan in de toekomst?’

Bart Küpers vult aan: ‘Om dezelfde reden gebruikt ook de NAM effluent uit de RWZI van Emmen voor de productie van stoom in Schoonebeek. Men gebruikt de stoom om de stroperige olie vloeibaarder te maken maar wil daarvoor geen aanspraak doen op de natuurlijke waterbronnen.’ Het niet benutten van grondwater sluit aan op het antiverdrogingsbeleid van de provincie Drenthe. De NAM koos ook bewust niet voor het gebruik van  oppervlaktewater omdat de waterkwaliteit kan wisselen en beperkt beschikbaar is in droge perioden.

Voor chemiebedrijven is de keuze voor het sluiten van de kringloop dan ook een afweging van kosten en risico’s. In de voedingsmiddelenindustrie komt daar nog een component bij: er bestaat een mentale blokkade om afvalwater te gebruiken in levensmiddelen. Toch is er ook in die industrietak langzaamaan beweging te bespeuren op het gebied van waterhergebruik. Oesterholt: ‘De aardappelverwerkende industrie gebruikt veel water om de producten schoon te spoelen. Tot voor kort zagen ze daar geen problemen in omdat er water genoeg is, maar ook die industrie neemt langzaamaan zijn verantwoordelijkheid. Omdat het spoelwater nog redelijk schoon is, kan men het eenvoudig opwerken tot demiwater voor de stoomprocessen verderop in het proces. Of wat te denken van het schoonspoelen van de leidingen, wat met zogenaamde cleaning in place-technieken gebeurt. Het vaak warme spoelwater zou eenvoudig kunnen worden gebruikt, terwijl de warmte ook zou kunnen worden teruggewonnen. Of wat te denken van de grondstoffen of voedingsstoffen die nog in de leidingen zit?’

Waarde in water

Henri Spanjers: ‘Als we het over waterkwaliteit hebben, gaat het er niet alleen om of het schoon is, maar ook over de temperatuur, energie-inhoud, de aanwezigheid van grondstoffen enzovoorts. Water heeft op zichzelf geen waarde, maar er wordt gedurende veel processen wel veel waarde aan toegevoegd. Het terugwinnen van water kan dan ook een secundair doel dienen. Het primaire doel is zoveel mogelijk waarde onttrekken voordat het water wordt geloosd.’

Diezelfde waarde kan bedrijven prikkelen om al aan de voorkant van het proces te kijken naar de kosten die gepaard gaan met het op kwaliteit brengen, opwarmen en weer afkoelen van water. Als bedrijven die kosten verdisconteren in hun waterkosten kunnen de keuzes soms heel anders uitvallen. Het komt maar al te vaak voor dat bedrijven zeer ruim water gebruiken voor de productie van stoom om die warmte vervolgens aan het einde van het proces weg te koelen. Bedrijven moeten zich aan de voorkant goed afvragen hoeveel proceswater of stoom ze daadwerkelijk nodig hebben. Alles het water dat niet in het proces komt, is pure winst. De grondstofprijzen zullen daarin niet doorslaggevend zijn, maar de energiebesparingen kunnen enorm oplopen. Dat begint er wel mee dat bedrijven goed moeten weten welk water ze voor welke processen gebruiken en welke kwaliteit daarvoor nodig is. Het ontbreekt veel bedrijven aan dat inzicht, dus voordat aan de achterkant naar kringloopsluiting wordt gekeken, is het verstandig de hele kringloop erbij te betrekken. Een aantal bedrijven kijkt daarbij zelfs over de bedrijfsgrenzen en bundelen afvalstromen of leveren laagwaardige warmte aan bijvoorbeeld ge glastuinbouw of aan woningen in de buurt. Maar er zijn ook steeds meer technieken voorhanden om laagwaardige warmte met een temperatuurrange van rond de 55 graden Celsius redelijk energiezuinig op te waarderen naar bruikbare temperaturen.

Wispelturige wetgeving

Tummers waarschuwt dat de rapporten van de Oeso en de Verenigde Naties wel degelijk tot maatregelen kunnen leiden vanuit Brussel: ‘De Europese Commissie heeft waterhergebruik als speerpunt genomen voor hun toekomstig beleid. Men buigt zich momenteel over eventuele maatregelen, die kunnen variëren van kwantitatieve of kwalitatieve doelstellingen tot bindende wet- en regelgeving. Bedrijven die voor een investeringsbeslissing staan in hun watersysteem zouden er dan ook verstandig aan doen om deze ontwikkelingen in hun risicoprofiel mee te nemen. Er is een nieuwe Eurocommissaris voor Milieu en Water aangesteld die onder meer wil inzetten op verdere beprijzing van water. . Ook in Nederland onderzoekt het ministerie van I&M  of het, met het oog op de toekomstige financiering, nodig is om meer prijsprikkels in te voeren. Een van de conclusies in het rapport was namelijk dat de lage prijs van water onvoldoende prikkels gaf om er zuiniger mee om te gaan. Als de overheid die druk vervolgens kunstmatig gaat opvoeren door belasting te heffen op water, dan reken je ineens met heel andere getallen. We hebben de verhoging van belasting op leidingwater kunnen voorkomen, maar dat wil niet zeggen dat dit soort maatregelen in de toekomst niet nog een keer voorbij zullen komen.’

Het feit dat de waterschaarste in Nederland vooral seizoensgebonden is, biedt ook mogelijkheden. Oesterholt: ‘Met name tuinders experimenteren steeds meer met zogenaamde aquifer storage and recovery, ofwel ASR. Men slaat overtollig water uit het natte seizoen ondergronds op om dit te kunnen gebruiken op het moment dat de droogte toeslaat. De industrie maakt tot nog toe weinig gebruik van deze mogelijkheid, maar zou dat uit strategisch oogpunt wel kunnen doen.

Waterberging kan in de toekomst nog wel eens meer in de belangstelling komen te staan als de klimaatveranderingen doorzetten. Holland: ‘Een van de gevolgen van het broeikaseffect is dat we extremere weersomstandigheden kunnen verwachten. Dat wil zeggen dat lange droge perioden worden afgewisseld met extreme stortbuien. Met name die laatste component zou nog wel eens tot problemen kunnen leiden omdat het huidige rioolsysteem zulke hoeveelheden niet aankan. Het gevolg daarvan is dat men moet overstorten, wat gevolgen heeft voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Gezien het feit dat ongeveer veertig procent van de industrie afhankelijk is van water uit de Maas of de Rijn, kunnen dit soort scenario’s verstrekkende gevolgen hebben.’

De panelleden zijn het eens met het scenario dat Holland schetst, maar ziet wel bezwaren voor investeringen vanuit de industrie. Mulder: ‘Het probleem is dat het inrichten van een waterberging relatief duur is, met name omdat je hem maar een aantal maanden nodig hebt. Dan wordt het lastig voor bedrijven om daar een business case van te maken.’ Oesterholt denkt dat die business case wel te maken is omdat berging in de bodem van zoetwater voorkomt dat er grote kunstmatige bergingen moeten worden aangelegd om de overlast van overvloedig regenwater tegen te gaan.

Zout water

Mocht er een conclusie aan de discussie worden verbonden, dan is het toch met name dat kringloopsluiting in Nederland niet opportuun is. Tenminste niet uit het oogpunt van waterschaarste. Inspanningen op dat gebied zouden moeten plaatsvinden in gebieden met meer waterstress. Maar als integraal wordt gekeken naar water als drager van warmte, koude en grondstoffen dan is er nog veel te winnen, ook in Nederland. ‘Waterhergebruik is in dat licht niet altijd de meest efficiënte methode’, vindt het panel. ‘Soms kan lozen net zo effectief zijn voor het milieu. Vergeet ook niet dat het verwerken van water ook weer energie kost. Membranen kunnen steeds meer vervuilingen uit het water halen, maar die hebben nog steeds osmotische druk nodig. En dat kost ook weer energie.’

De enige uitdaging in Nederland is eigenlijk de behandeling van zout water, waar we redelijk veel last van hebben. Veel innovaties richten zich dan ook op het terugwinnen van water uit brijn ofwel het indikken van de zoute afvalstroom. De andere innovaties richten zich met name op de afvalstroom: het terugwinnen van grondstoffen en energie. In die gebieden is het wel degelijk interessant om over de eigen keten heen te kijken en samenwerking te zoeken.

Deelnemers aan deze rondetafeldiscussie

Frank Oesterholt, KWR

Henri Spanjers, TU Delft

Roy Tummers, VEMW

Reinout Holland, Tebodin

Bart Küpers, Endress+ Hauser

Jean-Claude de Maaijer, BASF Master Builder Solutions

Jan Willem Mulder Evides Industriewater

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.