nieuws

Industriële reststromen zijn rijke bron voor grondstoffen

Publicatie

1 Jul 2016

Categorie

Utilities

Soort

nieuws

Tags

Dat afvalwaterzuiveringen de afgelopen jaren vooral probeerden het water te zuiveren, en de in het water aanwezige ‘verontreinigingen’ te vernietigen is eigenlijk best vreemd. Zeker gezien het feit dat grondstoffen zoals fosfaten steeds schaarser worden. Het Dutch Biorefinery Cluster (DBC) is een samenwerkingsverband van een aantal bedrijven in de voedingsmiddelen en agro-industrie en de papierindustrie dat gezamenlijk onderzoekt hoe water efficiënter benut kan worden en welke waardevolle grondstoffen uit de industriële reststromen kunnen worden teruggewonnen.

 

Cees van Rij vertegenwoordigt een van die partijen, aardappelproducent Lamb Weston/Meijer, maar spreekt vooral namens het DBC. ‘Water zal in de toekomst een belangrijke plaats krijgen’, zegt Van Rij. ‘Net als bedrijven hun carbonfootprint proberen te verlagen, zo zullen ze ook hun waterfootprint moeten verkleinen. De eerste stap daarin is om al aan de voorkant van je processen te kijken waar je minder water kunt inzetten. Dat reduceert namelijk niet alleen het watergebruik, maar scheelt ook energie en vervuiling. Stap twee is om zoveel mogelijk water te hergebruiken. Dat betekent dat je grondstoffen en energie zoveel mogelijk uit het water haalt om dat water vervolgens zodanig te zuiveren dat het terug in het proces kan. Of in andermans processen…’

 

Investeringen

Nu zijn de bij DBC aangesloten al best ver in het valoriseren van hun reststromen, maar het nemen van de volgende stap is nog best een uitdaging. ‘Procesoptimalisatie is de beste stap die je kunt nemen, die stap hebben we ook goed

 

 onder controle. Hetzelfde geldt voor het optimaliseren van de waterstromen in de eigen keten. Maar waar nog echt grote slagen kunnen worden gemaakt is in de slimme combinaties. De papiersector kan bijvoorbeeld de nutriënten uit de reststromen van de voedingsmiddelensector goed gebruiken om hun afvalwaterverwerking te optimaliseren. Dat gebeurt inmiddels al. Maar ook water zelf kan worden uitgewisseld tussen bedrijven. In dat geval rijst al echter snel de vraag wie gaat investeren.

 

 In veel agroproducten zit water dat als bijproduct uit het proces komt. Dat water kan als voedingswater worden gebruikt voor vele andere processen. Ook de warmte die vaak nog in het water zit ingesloten zou over de bedrijfsgrenzen nog nuttig kunnen worden ingezet. Helaas lopen dit soort ideeën vaak spaak op investeringen buiten de eigen bedrijfsgrenzen. Want als bedrijven tien kilometer uit elkaar liggen, zal je toch een pijpleiding van die lengte moeten aanleggen. Dat zijn behoorlijke investeringen.’

 

Technology push

En zo weet Van Rij nog wel meer beren op de weg te benoemen die duurzame ontwikkelingen op het gebied van watervalorisatie in de weg staan. ‘Het begint al bij het feit dat water redelijk goedkoop is. Daardoor is de businesscase voor innovatieprojecten nauwelijks rond te krijgen. Daar komt nog bij dat het fosfaat of struviet dat we uit het water kunnen winnen momenteel nog moeten concurreren met fossiele fosfaten. En die prijs is zo laag, dat ook daar weinig winst te halen is. De overheid verleent wel subsidie voor innovaties, maar ziet ondersteuning van de

exploitatie als marktverstoring. Daar komt nog bij dat de hoeveelheden die worden geproduceerd ook niet heel groot zijn, waardoor je je kunt afvragen of je überhaupt in dit soort technologie moet investeren.’

 

Technisch is er nog veel meer mogelijk. Zo lopen er experimenten waarin cellulose of nutriënten uit reststromen worden gehaald. ‘Er is een duidelijke technology push’, zegt Van Rij, maar de markt vraagt er nog nauwelijks naar. En ook hier geldt weer dat de schaalgrootte de businesscase vaak de das om doet.’

 

Horizon

Die businesscase is ook afhankelijk van de horizon die de betrokken partijen hebben. ‘Veel van dit soort projecten hebben betrekking op een aantal schakels in de waterketen, wat in de praktijk erop neerkomt dat publieke en private partijen moeten samenwerken. De industrie ziet echter niets in investeringen die zich over langere tijd dan drie tot vijf jaar terugverdienen, terwijl overheden een scope van vijftien jaar ook nog wel acceptabel vinden. Die overheid zou dan ook de meeste risico’s kunnen dragen, maar wil dat vooralsnog niet doen voor commerciële projecten.’

 

Overheid

De rol van de overheid is sowieso cruciaal in het slagen van watervalorisatieprojecten, vindt het DBC. ‘Nu zijn er nog teveel wettelijke beperkingen om grondstoffen te verkopen of water te hergebruiken. Het begint al met de term afvalwater, dat een heel andere lading geeft aan de grondstoffen. Als twee bedrijven waterstromen willen uitwisselen, moet dat van drinkwaterkwaliteit zijn. Het zijn maar twee voorbeelden van allerlei beperkende wetgeving die innovatie in de weg staan.’

 

Ondanks de beren op de weg, heeft het DBC toch een behoorlijke lijst met watervalorisatieprojecten die haar leden hebben geïmplementeerd of willen gaan implementeren.  Die projecten zullen tijdens het Watervisie Congres op 18 februari worden gepresenteerd. ‘Ik ben er van overtuigd dat waar we nu aan werken over tien jaar cruciaal is voor de voorzieningszekerheid van water’, besluit Van Rij.

 

Klink hier voor meer informatie over het Watervisie Congres

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.